ECLI:NL:CRVB:2017:2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende grond huisbezoek
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Op 2 december 2014 vond een onaangekondigd huisbezoek plaats door handhavers van de gemeente Tilburg, in het kader van een onderzoek naar mogelijke fraude. Dit huisbezoek vormde de basis voor het besluit van 15 januari 2015 om de bijstand van betrokkene in te trekken, omdat zij een gezamenlijke huishouding met S voerde zonder dit te melden.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het huisbezoek niet op een redelijke grond was gebaseerd en de toestemming van betrokkene niet berustte op informed consent. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de door appellant aangevoerde feiten onvoldoende objectieve grond boden om te twijfelen aan de juistheid van de verstrekte gegevens over de woon- en leefsituatie.
De Raad benadrukt dat toestemming voor binnentreden vrijwillig en geïnformeerd moet zijn, waarbij betrokkene moet worden gewezen op de gevolgen van weigering. Omdat dit niet het geval was, zijn de bevindingen van het huisbezoek onrechtmatig verkregen bewijs en konden deze niet als grondslag dienen voor de intrekking van de bijstand.
De Raad veroordeelt appellant tevens in de kosten van betrokkene en heft griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 juni 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het huisbezoek niet op redelijke grond was en de intrekking van de bijstand onrechtmatig is.