ECLI:NL:CRVB:2017:2047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten tijdens scholingstraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en volgde een scholingstraject waarbij hij werkzaamheden verrichtte en een onkostenvergoeding ontving. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ontdekte via een inkomenssignaal dat appellant inkomsten had verzwegen en besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen over de periode van september tot en met december 2013.
Appellant stelde dat hij geen inkomsten, maar slechts een onkostenvergoeding had ontvangen, en dat deze niet tot het inkomen behoorde. De Raad oordeelde dat deze vergoeding wel degelijk als inkomen moet worden aangemerkt en volledig in mindering moet worden gebracht op de bijstand. Appellant had de inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, ook al had hij contact met een jobcoach die geen gemeentelijke medewerker was.
Verder stelde appellant dat alleen de inkomsten minus de kosten in mindering gebracht mochten worden, maar de Raad volgde de vaste rechtspraak dat verwervingskosten niet in mindering worden gebracht. Het college legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, waarbij rekening werd gehouden met verminderde verwijtbaarheid omdat appellant alsnog informatie verstrekte na verzoek.
De Raad stelde vast dat de boete ten onrechte naar boven was afgerond op een veelvoud van tien euro, wat sinds 1 januari 2017 niet meer geldt. Daarom werd de boete verlaagd van €270,- naar €268,72. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De bijstand wordt terecht ingetrokken en teruggevorderd wegens verzwegen inkomsten; de boete wordt verlaagd naar €268,72 wegens verminderde verwijtbaarheid en foutieve afronding.