ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Stagevergoeding terecht aangemerkt als inkomen uit arbeid bij herziening bijstand
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand over een periode waarin appellante een stagevergoeding ontving, omdat deze niet was gemeld. Het College vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de stagevergoeding niet als inkomen uit arbeid kon worden aangemerkt volgens artikel 31, tweede lid, onder o, van de WWB. Appellanten stelden in hoger beroep dat de stagevergoeding weliswaar niet onder deze bepaling valt, maar dat deze naar analogie toegepast had moeten worden omdat stages bijdragen aan uitstroom uit bijstand.
De Raad oordeelde dat er geen grond is voor een ruimere interpretatie of analoge toepassing van artikel 31, tweede lid, onder o, WWB, overeenkomstig eerdere jurisprudentie over de Algemene bijstandswet. Het College was daarom bevoegd de stagevergoeding als inkomen mee te rekenen en de bijstand te herzien en terug te vorderen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De stagevergoeding wordt terecht als inkomen uit arbeid aangemerkt en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.