Uitspraak
30 juli 2015, 14/6571 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving bijstand op basis van de WWB, maar deze werd ingetrokken wegens vermogen boven de vrijlatingsgrens. Na hernieuwde toekenning legde het college van burgemeester en wethouders van Culemborg een maatregel op wegens niet meewerken aan een arbeidsinschakelingstraject en te snel interen op vermogen.
Bij een gesprek in september 2013 bedreigde betrokkene ambtenaren en weigerde hij medewerking aan het traject. Dit leidde tot een maatregel van 100% verlaging van de bijstand gedurende vijf maanden, gebaseerd op recidive en ernstige misdraging.
De rechtbank vernietigde dit besluit deels, oordeelde dat cumulatie niet juist was toegepast en stelde een lagere verlaging vast. Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat betrokkene terecht werd aangerekend dat hij niet meewerkte en zich ernstig misdroeg. De strafrechtelijke sepot van bedreiging deed hieraan niet af. De Raad verwierp het beroep van het college om de volledige maatregel te handhaven, omdat geen verzwarende omstandigheden waren aangetoond.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het college in proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstand wegens niet meewerken en ernstige misdraging wordt bevestigd met matiging zoals door de rechtbank vastgesteld.