ECLI:NL:CRVB:2017:2019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verhuiskostenvergoeding op grond van Wmo wegens onvoldoende psychosociale noodzaak
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) na haar verhuizing van een seniorenwoning naar een andere woning in dezelfde plaats.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de aanvraag afgewezen na een huisbezoek door een Wmo-adviseur die concludeerde dat de voormalige woning met kleine aanpassingen geschikt bleef en dat er geen noodzaak was om te verhuizen, ook niet vanwege de door appellante gestelde overlast van een buurman.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het onderzoek van het college zorgvuldig. In hoger beroep heeft appellante onderbouwd met processen-verbaal van aangifte tegen haar buurman dat zij op psychosociale gronden verhuisde vanwege stress en angst.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en concludeert dat appellante ook met deze stukken onvoldoende heeft aangetoond dat haar verhuizing noodzakelijk was wegens beperkingen of chronische psychosociale problemen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de verhuiskostenvergoeding wegens onvoldoende aannemelijkheid van noodzaak tot verhuizing.