ECLI:NL:CRVB:2017:2003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- P.W. van Straalen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit intrekking bijstand
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om vergoeding van immateriële schade als gevolg van het besluit tot intrekking van bijstand per 11 juni 2013. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door het onrechtmatige besluit geestelijk letsel had geleden dat een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer of andere persoonlijkheidsrechten vormde.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onrechtmatige besluit heeft geleid tot beëindiging van schuldhulpverlening en psychische klachten door financiële nood. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat sinds 1 juli 2013 de Wet nadeelcompensatie en titel 8.4 van de Awb van toepassing zijn, waardoor een zelfstandige verzoekschriftprocedure voor schadevergoeding geldt.
De Raad oordeelde dat appellant geen objectieve en verifieerbare gegevens had overgelegd die het causaal verband tussen het besluit en immateriële schade aannemelijk maakten. De enkele stelling dat financiële problemen psychische druk veroorzaken, volstaat niet. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit tot intrekking van bijstand wordt afgewezen.