ECLI:NL:CRVB:2017:1966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen duurzaam gescheiden leven ondanks verblijf echtgenoot in Frankrijk
Appellante is gehuwd met haar echtgenoot die in Frankrijk verblijft en ontvangt bijstand volgens de WWB. Het college bracht het inkomen van haar echtgenoot in mindering op haar bijstand omdat zij niet duurzaam gescheiden leven. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij duurzaam gescheiden leeft omdat haar echtgenoot in Frankrijk woont en geen verblijfsvergunning voor Nederland heeft, waardoor samenwonen niet mogelijk is. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven alleen kan worden aangenomen als sprake is van een gewilde of ongewilde maar blijvende verbreking van de echtelijke samenleving, wat hier niet is gebleken.
De geboorte van een kind uit het huwelijk, de intentie om als gezin samen te leven en het regelmatig bezoek van de echtgenoot aan Nederland wijzen op het ontbreken van duurzaam gescheiden leven. Ook het ontbreken van een verblijfsvergunning vormt geen beletsel voor het voortzetten van het huwelijk. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag het inkomen van de echtgenoot in mindering brengen op de bijstand van appellante.