ECLI:NL:CRVB:2017:1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en maatregel wegens niet gemelde bankrekening en stortingen
Appellant ontving bijstand sinds 2010 en werd na een anonieme tip onderzocht op het bezit van een Marokkaanse bankrekening en een woning in Marokko. Uit onderzoek bleek dat er kasstortingen op de rekening waren gedaan die niet waren gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde terugbetaling van onterecht ontvangen bedragen, en legde een maatregel op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat de stortingen geleende bedragen waren voor het levensonderhoud van zijn dochter en dat hij deze had terugbetaald. De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen als middelen en inkomsten in de zin van de WWB worden beschouwd, ongeacht of het geleende bedragen zijn. De verklaringen van appellant en derden waren onvoldoende onderbouwd en niet consistent.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft herzien en een maatregel heeft opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en de opgelegde maatregel wegens niet gemelde bankrekening en stortingen.