ECLI:NL:CRVB:2017:1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen hennepkwekerij met voorbereidingsperiode
Betrokkene ontving bijstand, maar bij een inval op 19 januari 2015 werd een hennepkwekerij in zijn woning aangetroffen. De gemeente startte een onderzoek en stelde vast dat betrokkene ten minste één oogst had gehad. Op basis hiervan werd de bijstand over de periode van 19 oktober 2014 tot 19 januari 2015 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de intrekkingsperiode onjuist was vastgesteld op twaalf weken en dat deze tien weken moest bedragen, mede omdat de rechtbank meende dat het BOOM-rapport geen voorbereidingsperiode van twee weken ondersteunde. Het college stelde echter dat naast de kweekcyclus van tien weken een voorbereidingsperiode van twee weken moet worden gerekend, gebaseerd op het BOOM-rapport en de praktijk van noodzakelijke voorbereidingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het standpunt van het college niet onredelijk is. De Raad bevestigt dat een hennepkwekerij begint met een voorbereidingsperiode van twee weken, waarin onder meer elektriciteit wordt aangelegd en apparatuur wordt geïnstalleerd. Betrokkene heeft dit niet betwist. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en vernietigt het nader besluit van het college.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 mei 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand over twaalf weken bevestigd.