ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en stroomdiefstal
Betrokkenen ontvingen bijstand sinds 1996. Op 9 februari 2010 trof de politie in de garage van betrokkenen een hennepplantage met 220 planten en bijbehorende apparatuur aan. Een energieleverancier constateerde stroomafname buiten de meter om. Betrokkene 1 verklaarde dat zij ongeveer vier tot vijf weken eerder met de plantage was begonnen en dat er nog geen oogst had plaatsgevonden.
De gemeente trok de bijstand met ingang van 1 november 2009 in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van de hennepkwekerij. De rechtbank oordeelde dat er geen deugdelijke grondslag was voor de aanname dat de kwekerij vóór 1 januari 2010 was gestart en vernietigde het besluit voor die periode.
In hoger beroep stelde appellant dat op basis van politieonderzoek en sporen zoals kalkafzetting op potten en vervuilde koolstoffilters vaststond dat er ten minste één oogst had plaatsgevonden en dat de kwekerij op 1 november 2009 was gestart. Betrokkene 1 voerde aan dat de sporen ook van elders konden komen omdat gebruikte spullen waren ingezet.
De Raad oordeelt dat de politieonderzoeken voldoende aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat minstens één oogst heeft plaatsgevonden en dat de startdatum van 1 november 2009 terecht is aangenomen. Het ontbreken van concrete tegenbewijs en administratie bij betrokkene leidt tot het bewijsrisico dat voor haar komt. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.