ECLI:NL:CRVB:2017:1861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten vrijwillig budgetbeheer wegens voorliggende voorziening
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroeg bijzondere bijstand voor kosten van vrijwillig budgetbeheer door Stichting SchuldenVrije Toekomst (SVT). Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees de aanvraag af omdat de Kredietbank Limburg (KBL) een voorliggende voorziening biedt door kosteloos budgetbeheer aan te bieden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante voerde aan dat het budgetbeheer van KBL niet passend was vanwege persoonlijke omstandigheden en een vertrouwensband met SVT noodzakelijk was. De Raad oordeelde dat appellante dit niet met objectieve gegevens had onderbouwd en dat er geen reden was aan te nemen dat een vertrouwensband met KBL niet mogelijk was.
Verder stelde appellante dat zij door de afwijzing in haar keuzevrijheid werd beperkt, maar de Raad stelde dat zij vrij was een andere dienstverlener te kiezen, hoewel de kosten daarvan niet vergoed worden. Ook het beroep op rechtsongelijkheid faalde omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben.
De Raad concludeerde dat er een passende en toereikende voorliggende voorziening bestond en dat het college op grond van artikel 15 WWB Pro niet verplicht was bijzondere bijstand te verlenen. Een toetsing aan artikel 35 WWB Pro was niet aan de orde. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten vrijwillig budgetbeheer wordt bevestigd wegens het bestaan van een passende en toereikende voorliggende voorziening.