ECLI:NL:CRVB:2016:685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor kosten vrijwillig budgetbeheer
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vrijwillig budgetbeheer via een particulier bureau. Het dagelijks bestuur van de regionale sociale dienst heeft dit afgewezen omdat de Kredietbank Limburg een passende en toereikende voorliggende voorziening biedt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de voorliggende voorziening niet passend of toereikend is, ondanks zijn persoonlijke omstandigheden en voorkeur voor het bureau.
Verder oordeelt de Raad dat het dagelijks bestuur niet gehouden is om een eerdere beleidslijn voort te zetten en dat appellant vrij is om met andere dienstverleners een overeenkomst aan te gaan zonder vergoeding vanuit bijzondere bijstand. Ook het argument dat appellant gedwongen wordt beschermingsbewind aan te vragen wordt verworpen.
De Raad concludeert dat artikel 15 van Pro de WWB de verlening van bijzondere bijstand voor de kosten van vrijwillig budgetbeheer in de weg staat en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor kosten van vrijwillig budgetbeheer wegens het bestaan van een passende en toereikende voorliggende voorziening.