ECLI:NL:CRVB:2017:1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens voorafgaand aan aanvraag
Appellant diende op 5 maart 2015 een aanvraag om bijstand in na beëindiging van zijn zelfstandige bedrijfsactiviteiten in september 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk verzocht om aanvullende financiële gegevens over een langere periode dan de gebruikelijke drie maanden, waaronder bankafschriften en jaarcijfers. Appellant leverde onvoldoende en deels tegenstrijdige informatie aan, waaronder onvolledige bankafschriften en niet-onderbouwde verklaringen over inkomsten.
Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en trok dit besluit later in, waarna het de aanvraag afwees wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het college onterecht om gegevens over een te lange periode had gevraagd en dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het college gerechtigd was om gegevens over een langere periode op te vragen gezien de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in 2012 en het ontbreken van inkomensgegevens daarna. Appellant kon het recht op bijstand niet aantonen door het ontbreken van objectieve en verifieerbare stukken. De Raad bevestigde de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende financiële gegevens om het recht op bijstand vast te stellen.