ECLI:NL:CRVB:2017:1555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens overschrijding bijstandsnorm
Appellante ontving eerder een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in Jongeren en daarna bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Zij vroeg op 14 oktober 2013 een langdurigheidstoeslag aan, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de inkomensvoorwaarde van een ononderbroken periode van 60 maanden met een inkomen op bijstandsniveau.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, omdat haar inkomen in december 2009 met €995,11 netto ruimschoots hoger was dan de bijstandsnorm van €777,04, en er geen sprake was van een zeer geringe overschrijding. De rechtbank oordeelde dat de referteperiode van 60 maanden niet in strijd is met de WWB en dat het begrip 'langdurig laag inkomen' per maand mag worden beoordeeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de referteperiode onredelijk lang was en dat zij slechts in één maand een overschrijding had. De Raad oordeelde dat de gronden van appellante reeds gemotiveerd door de rechtbank waren weerlegd en dat er geen strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Psychische klachten en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van de verordening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen vanwege overschrijding van de bijstandsnorm in één maand.