ECLI:NL:CRVB:2017:1409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens herstel en arbeidsgeschiktheid per 19 januari 2015
Appellant was jarenlang leerkracht en werd boventallig verklaard. Hij werd gedetacheerd bij een ander bedrijf tot 19 februari 2015, waarna zijn arbeidsovereenkomst eindigde. Vanaf december 2014 meldde appellant zich ziek wegens trombose en verdenking van prostaatcarcinoom. De bedrijfsarts verklaarde hem per 19 januari 2015 arbeidsgeschikt. Het UWV stelde op 10 maart 2015 vast dat appellant geen recht had op ziekengeld vanaf die datum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV de belastbaarheid juist had ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn werk onvoldoende afwisseling bood, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe feiten.
De Raad concludeerde dat het arbeidskundig rapport een juiste beschrijving gaf van de werkzaamheden en dat de medische beoordelingen adequaat waren. Er was voldoende rekening gehouden met de beperkingen van appellant, en het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op ziekengeld vanaf 19 januari 2015.