ECLI:NL:CRVB:2017:1390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor indicatiebesluit AWBZ zonder bijzondere omstandigheden
De zaak betreft een hoger beroep van het CIZ tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die het beroep van de erven van betrokkene gegrond had verklaard. Het betrof een indicatiebesluit van 18 november 2014 waarbij het CIZ de aanspraak op AWBZ-zorg vanaf 11 april 2014 handhaafde.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was onderzocht of de aanspraak niet al eerder bestond. In hoger beroep stelde het CIZ dat indicatiebesluiten in beginsel geen terugwerkende kracht hebben en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
De Raad overwoog dat terugwerkende kracht slechts bij bijzondere omstandigheden mogelijk is, die hier niet aanwezig zijn. Uit medisch advies bleek een geleidelijke achteruitgang van betrokkene tussen september 2013 en april 2014, waardoor de aanspraak op zorg voor 11 april 2014 niet betrouwbaar kon worden vastgesteld. Het beroep van de erven werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het indicatiebesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.