Uitspraak
25 maart 2016, 15/2643 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam bij appellante en keerde na bevallingsverlof en vakantieverlof op 2 februari 2015 volledig aan het werk terug. Op 18 februari 2015 meldde zij zich ziek. Appellante vorderde ziekengeld voor de periode vanaf die datum, stellende dat betrokkene reeds arbeidsongeschikt was vanaf het einde van het bevallingsverlof vanwege zwangerschap gerelateerde aandoeningen.
Het UWV weigerde het ziekengeld toe te kennen omdat betrokkene niet aansluitend aan de WAZO-uitkering ziek was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen medische gegevens waren die arbeidsongeschiktheid in de betwiste periode ondersteunden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Medische stukken, waaronder verslagen van de bedrijfsarts en huisarts, toonden geen bewijs van arbeidsongeschiktheid in de periode van 2 tot 17 februari 2015. Het beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.