ECLI:NL:CRVB:2017:120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ploegendiensttoeslag over 2006-2011
Appellant, werkzaam als toezichthoudend dierenarts, verzocht om toekenning van een ploegendiensttoeslag over de periode 2006 tot en met 2011 op grond van het Addendum bij de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden van de werkgever. Dit verzoek werd door de minister afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de Regeling 2-ploegendienst RVV, mede omdat de 2-ploegendienst bij het betreffende bedrijf in 2004 was afgeschaft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat het verzoek neerkwam op het terugkomen op eerdere salarisbetalingen en dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het Addendum een zelfstandige aanspraak op een ploegendiensttoeslag bevat en dat het besluit van de minister daarom inhoudelijk getoetst moet worden. Uit bewijsstukken bleek dat de 2-ploegendienst bij het bedrijf was beëindigd en dat appellant niet structureel in een afwisselend patroon van vroege en late diensten werkte. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de minister aannemelijk had gemaakt dat een eerdere toekenning aan een collega een fout betrof. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van ploegendiensttoeslag over 2006-2011 wordt afgewezen omdat appellant niet aan de voorwaarden voldoet.