ECLI:NL:CRVB:2017:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet-verantwoord persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante, geïndiceerd voor begeleiding op grond van de AWBZ, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) van €7.414,71 voor 2013. Het zorgkantoor keurde de verantwoording over de eerste helft van 2013 af en stelde het pgb definitief vast met een terugvordering van €3.426,71 wegens niet-verantwoorde kosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarbij werd aangenomen dat het tussentijdse besluit onaantastbaar was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel aan haar verplichtingen had voldaan en dat de kosten voor AWBZ-zorg waren gemaakt.
De Raad oordeelde dat het zorgkantoor nadere informatie moet betrekken bij de beoordeling, maar dat appellante geen concreet zorgplan of beschrijving overlegd had waaruit de aard en doelen van de zorg blijken. De door haar gegeven toelichting was onvoldoende om vast te stellen dat de zorg als AWBZ-zorg kwalificeert.
Hierdoor heeft appellante niet voldaan aan de verplichtingen uit de Regeling subsidies AWBZ, en was het zorgkantoor bevoegd het pgb lager vast te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €3.426,71 wegens niet-verantwoorde AWBZ-zorg.