ECLI:NL:CRVB:2017:109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Recht op periodieke salarisverhoging bij hogere inschaling in LFNP-functie
Appellante, werkzaam als politiemedewerker, werd in het kader van de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) hoger ingeschaald in salarisschaal 7. De korpschef kende haar echter geen periodieke verhoging toe op grond van artikel 10 van Pro het Besluit bezoldiging politie (Bbp), omdat de hogere inschaling niet het gevolg was van een bevordering maar van de overgang naar het LFNP.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat artikel 49f van het Bbp een afwijking van artikel 10 inhoudt Pro en dat de horizontale overgang geen recht op periodieke verhoging geeft. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat artikel 10 wel Pro van toepassing is, mede gelet op de gewijzigde tekst en toelichting van artikel 49f.
De Raad concludeert dat artikel 49f van het Bbp, zoals gewijzigd in 2014, geen afwijking van artikel 10 bevat Pro en dat de ambtenaar bij hogere inschaling recht heeft op een periodieke verhoging. De Raad vernietigt het bestreden besluit en kent appellante een periodieke verhoging toe vanaf 31 december 2011. Tevens veroordeelt de Raad de korpschef in de proceskosten.
Uitkomst: Appellante krijgt recht op periodieke salarisverhoging per 31 december 2011 door indeling in trede 3 van salarisschaal 7.