ECLI:NL:CRVB:2017:1062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking bijstand na opschorting wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een periodieke hercontrole werd zij verzocht financiële gegevens van een stichting, waarvan zij bestuurder is, te overleggen. Na gedeeltelijke inzage en het niet tijdig aanleveren van de resterende stukken, schortte het dagelijks bestuur de bijstand op en trok deze later in met terugwerkende kracht.
Appellante verzocht in 2014 om herziening van dit besluit, waarbij zij stelde dat zij inmiddels de ontbrekende bankafschriften had overgelegd die aantonen dat de stichting geen inkomsten genereerde. Het dagelijks bestuur wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het overleggen van stukken na de hersteltermijn geen relevante nieuwe feiten oplevert en dat het besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de bijstand wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.