Uitspraak
4 december 2015, 15/651 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met houdings- en bewegingsbeperkingen, vroeg op grond van de Wmo een vervangende bruikleenauto aan nadat haar eerdere auto total loss was verklaard. Het college wees dit verzoek af en beëindigde de financiële tegemoetkoming, terwijl het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het medische advies onvoldoende rekening hield met haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder PTSS, en dat het collectief vervoer haar beperkingen onvoldoende compenseert. Zij vreesde vereenzaming door beperkte bezoekmogelijkheden.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was opgesteld, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische gegevens. Er was geen bewijs dat appellante door haar klachten geen gebruik kon maken van het collectief vervoer. Bovendien is voldaan aan de compensatieplicht en is geen sprake van dreigende vereenzaming, omdat appellante regelmatig contact onderhoudt met familie en vrienden.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de vervangende bruikleenauto en toekenning van collectief vervoer bevestigd.