ECLI:NL:CRVB:2017:1046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlegging peiljaar voor ouderlijke bijdrage bij inkomensdaling zelfstandigen
Appellanten verzochten de minister om het peiljaar voor de berekening van de ouderlijke bijdrage te verleggen naar 2013 vanwege een daling van hun gezamenlijk inkomen. Deze daling was het gevolg van een wijziging in de rechtsvorm van hun onderneming en minder werkzaamheden door een van de appellanten.
De minister wees dit verzoek af omdat de inkomensdaling volgens hem tot de normale risico’s van het beroep behoort. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat inkomensschommelingen inherent zijn aan zelfstandig ondernemerschap, zeker bij economische veranderingen en aanpassingen in de bedrijfsvoering. De daling van het inkomen van appellanten werd veroorzaakt door een wijziging van de rechtsvorm en een afname van klanten door de economische crisis, wat normale risico’s zijn.
Ook het argument van appellanten dat minder werken tot een niet-normale daling leidt, werd verworpen omdat dit verband hield met de economische omstandigheden en niet met een ongewone situatie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van ondernemers anders is dan die van werknemers.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot verlegging van het peiljaar wordt bevestigd.