ECLI:NL:CRVB:2017:1031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet onderschatte beperkingen
Appellante was werkzaam als huishoudelijk hulp en meldde zich ziek op 15 mei 2012. Het UWV stelde bij besluit van 31 maart 2014 vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering per 13 mei 2014. Appellante maakte bezwaar en het bezwaar werd ongegrond verklaard op 16 juli 2014, gebaseerd op rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
In het beroep bracht appellante aanvullende medische rapporten in, waaronder van een verzekeringsarts Kruithof die beperkingen zwaarder inschatte en een psychiatrische expertise adviseerde. Het UWV reageerde dat veel informatie betrekking had op een latere periode en dat een psychiatrische expertise niet nodig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen niet waren onderschat en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad concludeerde dat de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 25 juni 2014 niet onderschat waren, dat er geen aanleiding was voor psychiatrisch onderzoek en dat de belastbaarheid binnen de geselecteerde functies niet werd overschreden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat.