ECLI:NL:CRVB:2017:1029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten studiefinanciering wegens onrechtmatig bewijs door onbevoegde controleurs
Appellant ontving studiefinanciering op basis van de Wet studiefinanciering 2000, berekend als uitwonend. Op 4 september 2013 voerden twee controleurs een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waarna de minister op 5 november 2013 de studiefinanciering herzag en appellant als thuiswonend aanmerkte. Tevens legde de minister op 18 maart 2014 een bestuurlijke boete op.
Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat het bewijs van het onderzoek onrechtmatig was verkregen omdat de controleurs niet bevoegd waren. De Raad stelde vast dat de controleurs werkzaam waren bij een werkmaatschappij en niet bevoegd waren op grond van de Wsf 2000.
Hierdoor is het bewijs onrechtmatig en moet het worden uitgesloten. Zonder dit bewijs ontbreekt een deugdelijke feitelijke grondslag voor de besluiten. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en de bestreden besluiten, herroept de besluiten van 5 november 2013 en 18 maart 2014, en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De besluiten tot herziening studiefinanciering en oplegging bestuurlijke boete worden vernietigd wegens onrechtmatig bewijs en ontbreken van deugdelijke motivering.