ECLI:NL:CRVB:2016:997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een babyuitzet, waaronder een babywagen, bed, commode en verzorgingsartikelen. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten niet als bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet had kunnen reserveren omdat zij voorafgaand aan de aanvraag geen inkomen had. De Raad oordeelde dat de kosten van een babyuitzet incidenteel en algemeen noodzakelijk zijn en in principe uit de bijstandsnorm voldaan moeten worden, bijvoorbeeld door reservering of gespreide betaling.
De Raad stelde vast dat appellante van juli 2012 tot juni 2013 bijstand ontving van Amsterdam en daarna bijstand heeft aangevraagd in Almere. Zij had dus ongeveer zes maanden de tijd om te reserveren. Dit was voldoende tijd en er waren geen bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.