ECLI:NL:CRVB:2016:95
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing Wajong-uitkering niet-ontvankelijk wegens onverschoonbare termijnoverschrijding
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een Wajong-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar is echter ruim na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Het UWV heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, omdat uit het medisch dossier niet blijkt dat appellante gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om bezwaar in te dienen. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan en bracht aanvullende medische stukken in, maar deze boden geen nieuwe inzichten die tot een andere conclusie leiden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar medische toestand haar redelijkerwijs verhinderde tijdig bezwaar te maken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de Wajong-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.