Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten van appellant tot een bedrag van
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht in beroep en in hoger
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was in dienst bij een werkgeefster die op 14 mei 2013 failliet werd verklaard. Na het faillissement vroeg appellant het UWV om overname van betalingsverplichtingen, waaronder de overurentoeslag. Het UWV kende een uitkering toe maar weigerde de overurentoeslag over te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant tijdens het dienstverband nooit aanspraak had gemaakt op de overurentoeslag en dat betaling daarvan na faillissement niet van het UWV kon worden verlangd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bepaling in zijn arbeidsovereenkomst die betaling van overurentoeslag uitsloot, in strijd was met de CAO Meubelindustrie en daarom niet van toepassing kon zijn. De Raad onderzocht of de CAO algemeen verbindend was verklaard en of werkgeefster en appellant daaraan gebonden waren. Werkgeefster was geen lid van de werkgeversvereniging en de CAO was niet algemeen verbindend verklaard gedurende de arbeidsovereenkomst.
Hieruit volgde dat de afwijkende bepaling in de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was en appellant geen aanspraak had op overurentoeslag. Het UWV had de overurentoeslag terecht geweigerd over te nemen. Wel stelde de Raad vast dat het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, maar dit werd in hoger beroep hersteld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de overurentoeslag niet heeft overgenomen en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.