ECLI:NL:CRVB:2016:866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit persoonsgebonden budget
Betrokkene ontving sinds 2002 een WAO-uitkering die in 2009 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Zij gaf inkomsten uit persoonsgebonden budgetten (pgb) van haar echtgenoot en vader door, die van invloed waren op de hoogte van haar uitkering. Appellant stelde vast dat betrokkene te veel uitkering ontving en vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen over de periode 2009-2013.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat zij teveel ontving vanwege de complexe financiële situatie en het ontbreken van duidelijke communicatie van appellant. Daarom werd het besluit van appellant vernietigd en werd terugvordering beperkt tot een kortere periode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat betrokkene gelet op de hoogte van haar inkomsten uit het pgb redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij te veel uitkering ontving. De Raad bevestigt dat artikel 44 WAO Pro met terugwerkende kracht toegepast mag worden en dat de terugvordering terecht is. De Raad wijst het beroep van betrokkene af en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd.