ECLI:NL:CRVB:2016:820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening dagloon WIA-uitkering wegens vermeende fout berekening
Appellant verzocht het Uwv om herziening van zijn dagloon voor de WIA-uitkering, stellende dat het oorspronkelijke besluit uit 2009 onjuist was berekend vanwege een fout en bijzondere omstandigheden zoals een verkeersongeval in 2008. Het Uwv herzag het dagloon met ingang van 11 januari 2012, maar wees een terugwerkende herziening vanaf 9 juni 2009 af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gesteld die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat bij doorlopende aanspraken een onderscheid moet worden gemaakt tussen perioden voor en na het verzoek tot herziening. Voor het verleden geldt een terughoudende toetsing op basis van nieuwe feiten, terwijl voor de toekomst een belangenafweging plaatsvindt. Appellant kon geen nieuwe feiten aantonen die het Uwv tot herziening verplichten. Ook de door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden en argumenten over de referteperiode en correctiefactor voor parttime werk werden door de Raad verworpen.
De Raad concludeerde dat het Uwv de referteperiode correct had vastgesteld en dat de berekening van het dagloon in overeenstemming was met de Wet WIA en het Besluit dagloonregels 2005. Het verzoek tot herziening met terugwerkende kracht werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het dagloon met terugwerkende kracht wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.