Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 122,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 2002 een WAO-uitkering ontving vanwege rugklachten, stelde dat zijn beperkingen sinds 2011 waren toegenomen en verzocht om herziening van zijn uitkering. Het UWV weigerde dit vanwege het ontbreken van nieuwe medische gegevens die een toename van arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij niet tijdig een kopie van het bestreden besluit had overgelegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, omdat het UWV het besluit tijdig aan de rechtbank had verstrekt en appellant voldoende had kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met het besluit.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat appellant geen medische stukken had overgelegd waaruit een toename van zijn rugbeperkingen tussen 2006 en 2011 bleek. Op grond daarvan was het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. Hiermee is het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.