ECLI:NL:CRVB:2016:618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning tijd voor hand- en spandiensten en maaltijdopwarming bij Wmo-hulp
Appellante, die ernstige beperkingen ondervindt door een motorongeluk en zelfstandig woont met ondersteuning via AWBZ, vroeg verlenging van huishoudelijke hulp onder de Wmo. Het college kende hulp toe met een afbouw tot 7 uur per week en beperkte extra tijd voor hand- en spandiensten en maaltijdopwarming. Appellante stelde dat zij meer tijd nodig had vanwege haar beperkingen en overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat hand- en spandiensten niet als aparte Wmo-taak gelden en dat de toegekende tijd voor het opwarmen van de maaltijd, inclusief voorbereidings- en opdientijd, voldoende is. Appellante kon geen extra niet-toegewezen taken aanwijzen die onder de Wmo vallen.
De Raad zag geen reden voor aanvullend medisch onderzoek en concludeerde dat het college de normtijden juist toepaste. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.