ECLI:NL:CRVB:2016:5157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens contante betalingen en onvoldoende verantwoording
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in 2013. Het Zorgkantoor stelde vast dat zij facturen contant had betaald, wat niet was toegestaan, en keurde een deel van de verantwoording af. Het pgb werd daarom lager vastgesteld en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet had voldaan aan de verplichtingen verbonden aan het pgb en onvoldoende inzicht gaf in de besteding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de zorg wel was verleend, dat haar vader het beheer had overgenomen zonder kennis van de regels, en dat het Zorgkantoor onvoldoende had gecommuniceerd over het verbod op contante betalingen.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager had vastgesteld en teruggevorderd. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt, rekening houdend met de ernst van de tekortkoming en de verantwoordelijkheid van de budgethouder. Het gebrek aan communicatie en onwetendheid van de vader konden dit niet veranderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.