ECLI:NL:CRVB:2014:4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-verantwoording
Appellant ontving voor 2011 en 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor Menzis en was verplicht de besteding hiervan te verantwoorden. Het Zorgkantoor stelde vast dat appellant niet volledig had verantwoord en vorderde daarom bedragen terug. Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn beperkingen het beheer aan een derde had uitbesteed die de administratie niet wilde afstaan, waardoor hij niet kon verantwoorden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet voldeed aan de verantwoordingsplicht en geen stukken over 2012 had ingediend. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor verantwoording bij de verzekerde blijft, ook als een derde het beheer voert. Het ontbreken van betalingsbewijzen en zorgovereenkomsten maakte het onmogelijk om vast te stellen dat de zorg was geleverd en betaald.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager vaststelde en terugvorderde op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Regeling subsidies AWBZ. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en de omstandigheden van appellant rechtvaardigden geen ander besluit. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.