ECLI:NL:CRVB:2016:4845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opslagkosten inboedel wegens ontbreken onvoorziene omstandigheden
Appellante had haar woning verlaten en haar meubels opgeslagen in containers. Zij huurde tijdelijk een gemeubileerde woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor de opslagkosten van haar meubels. Het college wees dit af omdat deze kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan werden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat opslagkosten in principe niet als noodzakelijke kosten gelden, tenzij er sprake is van onvoorziene omstandigheden die tijdelijke opslag noodzakelijk maken. In dit geval waren de meubels al geruime tijd opgeslagen voordat de tijdelijke woning werd betrokken en was er geen noodzaak voor de opslagkosten. Ook de beperkte woonruimte en de wachttijd voor een woning werden niet als onvoorziene omstandigheden gezien.
De Raad bevestigde dat het college beoordelingsvrijheid heeft bij de toekenning van bijzondere bijstand en dat eerdere besluiten van andere gemeenten niet bindend zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor opslagkosten wordt ongegrond verklaard.