ECLI:NL:CRVB:2016:4806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht bij niet verschijnen op gesprek IOAW
Appellant ontving een uitkering op grond van de IOAW en werd uitgenodigd voor een gesprek over zijn gezondheid en rechtmatigheid van de uitkering naar aanleiding van een anonieme tip dat hij in Egypte verbleef. Hij verscheen niet op het gesprek van 31 juli 2014 zonder bericht van verhindering. Het college legde daarop een boete van €150 op, die na bezwaar werd verminderd tot €75 door de rechtbank.
Appellant stelde in hoger beroep dat de anonieme tip niet als grondslag mocht dienen en dat hij zich telefonisch had afgemeld, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 14 IOAW Pro bevoegd is om onderzoek te doen zonder voorafgaand vermoeden en dat de boete terecht is opgelegd wegens recidive.
De Raad bevestigde dat de rechtbank bevoegd was om na vernietiging van het oorspronkelijke besluit zelf de boete vast te stellen. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen. De boete van €75 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De boete van €75 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.