ECLI:NL:CRVB:2016:4801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar en aflossingscapaciteit bij terugvordering bijstand
Appellant ontving bijstand en kreeg deze ingetrokken wegens het niet tijdig melden van inkomsten uit werkzaamheden. Tevens werd een boete opgelegd en de gemaakte bijstandskosten teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar tegen de boete en stelde dat hij mondeling tijdig bezwaar had gemaakt, wat niet aannemelijk werd geacht. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Appellant verzocht om gespreide betaling van de openstaande vorderingen. Het college stelde een aflossingscapaciteit vast, waarbij geen rekening werd gehouden met kosten voor woon-werkverkeer zoals autoverzekering en benzine. Appellant betoogde dat deze kosten noodzakelijk zijn om zijn werk te behouden.
De Raad oordeelde dat schriftelijk bezwaar vereist is en dat mondeling bezwaar niet aannemelijk was gemaakt. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar. Daarnaast is de vaststelling van de aflossingscapaciteit in overeenstemming met de wet, waarbij woon-werkverkeerkosten niet als bijzondere lasten worden meegenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.