Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 1998 bijstand en werd geconfronteerd met een terugvordering wegens het niet melden van werkzaamheden als toezichthouder/kamerverhuurder. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden trok de bijstand over meerdere jaren in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep deels gegrond verklaarde en het college opdroeg een nieuwe beslissing te nemen.
In het nieuwe besluit van 30 september 2014 herzag het college de terugvordering, waarbij rekening werd gehouden met een schatting van vijftien uur per maand werkzaamheden tegen het minimumloon. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden als eerder, maar de Raad vond geen aanleiding de uitspraak te wijzigen.
De Raad overweegt dat het aantal uren niet meer ter discussie staat en dat het college de uitspraak correct heeft uitgevoerd. Het verzoek tot hernieuwd horen is niet noodzakelijk. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.