ECLI:NL:CRVB:2016:4476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen terugvorderingsbesluit bij bijstand niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Appellant werd geconfronteerd met een terugvorderingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarin een bedrag van €4.871,56 werd teruggevorderd wegens ten onrechte ontvangen bijstand. Het besluit werd verzonden naar een adres waar appellant niet meer stond ingeschreven, wat leidde tot discussie over de juiste bekendmaking van het besluit.
De Raad oordeelde dat het college het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend had gemaakt, omdat appellant ten tijde van verzending niet meer op het betreffende adres woonde en het college niet had vastgesteld wat het juiste adres was. Hierdoor was de bezwaartermijn niet op het moment van verzending gestart.
Appellant stelde dat hij het bezwaar tijdig had ingediend met een brief van 22 februari 2013, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het college had de ontvangst van het bezwaarschrift pas op 26 maart 2014 geregistreerd, na afloop van de wettelijke termijn. De Raad bevestigde dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk is wegens te late indiening, hoewel de gronden voor de niet-ontvankelijkheid werden verbeterd ten opzichte van de rechtbank.
De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.