Uitspraak
OVERWEGINGEN
Uit hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als beveiliger, viel in 2009 uit wegens psychische klachten en kreeg in 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. In 2013 meldde hij zich met een vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde in mei 2014 vast dat zijn arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen, gebaseerd op medische rapporten van verzekeringsartsen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam oordeelde eveneens dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het besluit terecht was genomen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over toegenomen beperkingen en ongeschikte functies, maar bracht geen nieuwe medische stukken aan.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat er onvoldoende medische aanwijzingen zijn voor een toename van de beperkingen en dat de belastbaarheid ongewijzigd is. De medische beoordeling was juist en zorgvuldig. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat geen sprake is van toename van arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.