ECLI:NL:CRVB:2016:4337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen en compensatie bij gemeente Amsterdam
Appellant was werkzaam bij de gemeente Amsterdam en raakte betrokken bij een arbeidsconflict dat leidde tot een verstoorde arbeidsverhouding met zijn leidinggevenden en collega’s. Na pogingen tot re-integratie en mediation die niet slaagden, verleende het college hem ontslag op grond van artikel 12.12, aanhef en onder b, van de NRGA wegens een impasse in de werksituatie.
De rechtbank had het ontslagbesluit vernietigd voor zover geen ontslagvergoeding was toegekend en bepaalde een ontslagvergoeding met een factor 0,75. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het aandeel van het college in het conflict groter was, wat een hogere compensatie rechtvaardigde.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot ontslag wegens de verstoorde arbeidsverhouding en impasse. Wel werd geoordeeld dat het college onvoldoende had gedaan om het conflict vroegtijdig te beëindigen, met name door het negeren van het advies van de bedrijfsarts om snel mediation te starten. Ook de houding van leidinggevende K droeg bij aan het conflict.
Daarom werd de compensatie verhoogd naar factor 1, wat betekent dat appellant een hogere ontslagvergoeding krijgt dan door de rechtbank was vastgesteld. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen wordt bevestigd en de compensatie naast de werkloosheidsuitkering wordt verhoogd naar factor 1.