ECLI:NL:CRVB:2016:4176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenbehandelingstelling aanvraag WAO door UWV wegens niet tijdig verstrekte gegevens
Appellant diende op 18 september 2012 een aanvraag in voor een WAO-uitkering bij het UWV. Het UWV verzocht appellant om aanvullende originele documenten over zijn arbeidsverleden, een kopie van een identiteitsbewijs en medische rapporten binnen een gestelde termijn. Omdat appellant deze gegevens niet tijdig verstrekte, stelde het UWV de aanvraag buiten behandeling op basis van artikel 4:5 Awb Pro.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. In hoger beroep stelde appellant dat hij het beroepschrift tijdig had verzonden vanuit Turkije, maar door postvertraging te laat was ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant het beroepschrift binnen de termijn had gepost en daarom ontvankelijk was, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring werd vernietigd. Vervolgens overwoog de Raad dat het UWV terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld omdat appellant niet de noodzakelijke gegevens had aangeleverd die essentieel waren voor de beoordeling van de aanvraag.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. Hiermee bevestigde de Raad de bevoegdheid van het UWV om een aanvraag buiten behandeling te stellen bij het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke documenten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de buitenbehandelingstelling door het UWV blijft in stand.