ECLI:NL:CRVB:2016:4099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als huishoudelijk medewerkster, meldde zich ziek met schouderklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat zij met de vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in staat werd geacht passende functies te vervullen, waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de inschatting van de belastbaarheid door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name door haar rechterschouderklachten.
De Raad liet een onafhankelijke orthopedisch chirurg een deskundigenrapport opstellen, dat de eerdere medische conclusies bevestigde en geen aanwijzingen gaf voor overschatting van haar belastbaarheid. De arbeidskundige rapporten motiveren overtuigend dat appellante met haar beperkingen de geduide functies kan vervullen. De Raad ziet geen reden om het deskundigenrapport niet te volgen en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.