ECLI:NL:CRVB:2016:3902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken PTSS en depressieve stoornis
Appellant, militair uitgezonden naar Afghanistan, vroeg om een militair invaliditeitspensioen wegens gezondheidsklachten. Na een militair geneeskundig onderzoek concludeerde de minister dat de aandoeningen van appellant geen dienstverband belemmeren. Het bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door de minister en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat hij leed aan PTSS en een reactieve depressieve stoornis, ondersteund door latere GGZ-rapportages. De Raad oordeelde echter dat het oorspronkelijke onderzoek zorgvuldig en objectief was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor deze aandoeningen op de peildatum. De latere rapportages konden niet het gewicht krijgen dat appellant wenste.
De Raad wees het verzoek af om een onafhankelijke psychiater te benoemen en benadrukte dat appellant vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen bij verslechtering van zijn gezondheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van PTSS en depressieve stoornis.