ECLI:NL:CRVB:2016:3832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeelde verwijtbaarheid bij niet tijdig melden wisselende inkomsten leidt tot matiging boete IOAW
Appellant ontvangt sinds mei 2013 een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). Het college hield maandelijks een vast bedrag in op de uitkering, ondanks wisselende inkomsten uit arbeid bij PostNL. Na controle bleek dat appellant zijn wisselende inkomsten niet tijdig had gemeld, waarop het college een boete oplegde.
De rechtbank Rotterdam matigde de boete tot €345,-, maar appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant weliswaar zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar dat ook het college verwijtbaar is omdat het niet duidelijk maakte hoe de verrekening van wisselende inkomsten plaatsvond en geen afspraken maakte met appellant.
Gezien deze gedeelde verwijtbaarheid werd de boete verder gematigd tot 25% van het benadelingsbedrag, oftewel €180,-. Daarnaast werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het griffierecht worden vergoed. Het verzoek tot wraking van rechters werd afgewezen.
Uitkomst: De boete wegens niet tijdig melden wisselende inkomsten wordt gematigd tot €180,- wegens gedeelde verwijtbaarheid tussen appellant en college.