ECLI:NL:CRVB:2016:3824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspercentage militair na herbeoordeling knieblessure
Appellant, een dienstplichtig militair, liep in 1976 een knieblessure op die als dienstongeval werd erkend. Sinds 2005 is zijn invaliditeitspercentage vastgesteld op 20%, wat in latere herbeoordelingen in 2010 en 2011 werd gehandhaafd. In 2011 verzocht appellant om verhoging van zijn invaliditeitspensioen, maar dit werd afgewezen en het besluit werd in 2014 gehandhaafd.
Appellant voerde aan dat zijn beperking was toegenomen, ondersteund door een orthopedisch chirurg in 2013, en stelde dat een andere WPC-code (0238) met een hoger invaliditeitspercentage toepasselijk zou zijn. De minister handhaafde de toepassing van WPC-code 0243, passend bij recidiverende chronische hydrops genu, en verwees naar de richtlijnfunctie van de WPC-schaal.
De Raad oordeelde dat een toename van klachten niet automatisch leidt tot het vervallen van de toepasselijke WPC-code en dat de medische informatie uit 2013 niet relevant was voor de peildatum van 2011. Tevens werd erkend dat code 0238 niet van toepassing was en een hoger invaliditeitspercentage kent dan passend is. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspercentage van 20% en wijst het hoger beroep af.