ECLI:NL:CRVB:2016:3682
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep tot kennisname hoger beroep en ongegrond verzet
De appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van dit hoger beroep vanwege een appelverbod zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte vervolgens gebruik van de mogelijkheid tot verzet tegen deze onbevoegdverklaring. Tijdens de verzetprocedure werd appellant in de gelegenheid gesteld zich te laten horen, maar hij maakte hiervan geen gebruik. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van schending van fundamentele rechtsbeginselen of de goede procesorde.
Het verzet werd ongegrond verklaard, waarbij de Raad bevestigde dat het toetsingskader van het appelverbod correct was toegepast en dat er geen grond was voor doorbreking van dit verbod. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale duur van de procedure binnen de in vaste rechtspraak gestelde termijnen bleef.
De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier J.L. Meijer, en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2016.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen.