Appellante kreeg voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van €60.327,11 door het Zorgkantoor. Na controle van de verantwoording werd een deel van de kosten afgekeurd vanwege niet-girale betalingen aan zorgverleners. Het Zorgkantoor stelde het pgb lager vast en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep. Tijdens het hoger beroep werd het eerste besluit herzien en het pgb iets verhoogd, maar de terugvordering bleef deels gehandhaafd omdat de niet-girale betalingen niet controleerbaar waren.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen vanwege niet-naleving van de verplichting tot girale betaling volgens de Regeling subsidies AWBZ. De belangenafweging van het Zorgkantoor was redelijk en de terugvordering van €266,74 was gerechtvaardigd. Het beroep tegen het herzieningsbesluit werd ongegrond verklaard.