ECLI:NL:CRVB:2016:3542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op re-integratiegesprek
Appellante ontving sinds 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe had haar bijstand opgeschort en later ingetrokken omdat zij niet was verschenen op een gesprek over haar re-integratie en geen nieuwe afspraak had gemaakt. Appellante betwistte dat zij onvoldoende medewerking had verleend en stelde dat het college verantwoordelijk was voor het niet doorgaan van het overleg.
De Raad oordeelde dat het college niet bevoegd was om de bijstand op te schorten en in te trekken op grond van artikel 54 van Pro de WWB, omdat het recht op bijstand ondanks het niet verschijnen en het uitblijven van een gesprek niet kon worden vastgesteld. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept de besluiten van opschorting en intrekking, waardoor het recht op bijstand vanaf 9 juli 2013 herleeft.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen bijstand en tot betaling van de proceskosten van appellante. Het college zal ook het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 september 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot opschorting en intrekking van de bijstand worden herroepen, waardoor het recht op bijstand herleeft.