ECLI:NL:CRVB:2016:3398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij met appellant een gezamenlijke huishouding voerde, wat niet was gemeld. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode 20 augustus 2012 tot 8 maart 2013.
Het onderzoek bestond uit observaties, huisbezoeken, telefoongegevens en verklaringen, waaruit bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. De Raad oordeelde dat het onweerlegbare rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding van toepassing was, omdat er kinderen uit de relatie zijn geboren en zij hoofdverblijf hadden in dezelfde woning.
De Raad verwierp het verweer van appellanten dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde vóór half februari 2013 en dat de strafrechter hen vrijsprak van valsheid in geschrifte. Ook het beroep op dringende redenen om medeterugvordering te voorkomen werd afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Limburg, met een verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.